Overwegen patiënten in de huisartspraktijk zelf dat ze SOLK hebben?

Overwegen patiënten in de huisartspraktijk zelf dat ze SOLK hebben?

Reageren uitgeschakeld

Gastauteur: Eva Kingma.

Eén van de redenen dat patiënten de huisarts bezoeken voor hun klachten is dat zij hun klachten beschouwen als onderdeel van een ziekte. De auteurs uit onderstaande studie wilden onderzoeken of patiënten in de huisartsenpraktijk zelf overwegen of ze aan een syndroom met somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) lijden. Vervolgens wilden ze onderzoeken welke factoren dit voorspelden.

Door 47 huisartsen werden gedurende een periode van bijna twee jaar 909 volwassen patiënten gevraagd om na het bezoek aan de huisarts een vragenlijst in te vullen. Patiënten werden benaderd, ongeacht de reden van het bezoek. In totaal 863 patiënten vulden de vragenlijsten compleet in. Patiënten die zich bij de huisarts presenteerden vulden een vragenlijst in over acht syndromen die meestal worden gezien als somatisch onvoldoende verklaard (prikkelbare darm syndroom, fibromyalgie, chronisch vermoeidheidsyndroom, burn-out, voedselintolerantie, elektromagnetische hypersensitiviteit, amalgaam vergiftiging en Candida syndroom). De patiënten kregen een enkele vraag waarin ze konden aangeven of ze lijden, hebben geleden, of hebben overwogen dat ze hebben geleden aan één of meer van de beschreven syndromen met SOLK. Als mogelijk voorspellende variabelen gebruikten de auteurs (1) het aantal symptomen (zoals moeheid, pijn, misselijkheid, concentratieproblemen) ervaren in de afgelopen week; (2) stressvolle gebeurtenissen met een negatief effect op de huidige gezondheidstoestand en (3) socio-demografische factoren.

In totaal 39.6% van de patiënten rapporteerden dat ze lijden, hebben geleden of hebben overwogen te lijden aan één of meer syndromen met SOLK. De meest gerapporteerde syndromen waren prikkelbare darm syndroom en burn-out. In dit cohort hadden vrouwelijke, gescheiden, werkloze en hoger opgeleide patiënten een grotere kans om de overweging van een syndroom met SOLK te rapporteren. Wanneer alle mogelijk voorspellende variabelen tegelijk werden bekeken, voorspelden een hoger aantal symptomen, een hoger aantal negatieve stressvolle gebeurtenissen en een hoger opleidingsniveau de kans op lijden, hebben geleden of hebben overwogen te lijden aan één of meer syndromen met SOLK. Overige socio-demografische factoren, zoals geslacht, burgerlijke status en werkloosheid voorspelden dit niet.

Deze studie zou in de richting kunnen wijzen dat een relatief groot deel van de patiënten in de huisartsenpraktijk zelf overwegen dat zij aan een syndroom met SOLK lijden. De auteurs denken dat patiënten die meer symptomen ervaren of meer negatieve stressvolle gebeurtenissen hebben ervaren, hun lichamelijke klachten eerder beschouwen als onderdeel van een ziekte (in dit geval een syndroom met SOLK) of meerdere verklaringen voor hun klachten overwegen.

Echter, het is niet duidelijk of de onderzochte groep patiënten representatief is voor de algehele patiëntenpopulatie in de huisartsenpraktijk. Tevens specificeren de auteurs niet of het verschil maakt of de patiënten daadwerkelijk lijden of alleen hebben overwogen dat ze zouden kunnen lijden aan één of meer van de beschreven syndromen met SOLK. Ook is het niet duidelijk of patiënten elk syndroom zelf beschouwen als een syndroom met SOLK of als een puur somatisch verklaarde ziekte.

Auteurs concluderen dat wanneer artsen beter begrijpen hoe patiënten hun klachten interpreteren, de arts dit kan gebruiken om beter met de patiënt hierover te discussiëren. Ondanks de vele methodologische tekortkomingen van deze studie, is het wel een interessante onderzoeksvraag die in de toekomst verder uitgezocht zou kunnen worden.

Eva Kingma is gepromoveerd op het proefschrift ‘Intelligence and functional somatic symptoms and syndromes’ aan de RUG en is nu in opleiding tot neuroloog bij het UMCG.

Tschudi-Madsen HKjeldsberg MNatvig BIhlebaek CStraand JBruusgaard D. Medically unexplained conditions considered by patients in general practiceFam Pract. 2014 Apr;31(2):156-63.


Meer van deze auteur:

Trefwoorden:

Gerelateerde artikelen

Terug naar boven