Invloed vrouwelijke hormonen op chronische pijnsyndromen?

Invloed vrouwelijke hormonen op chronische pijnsyndromen?

Reageren uitgeschakeld

Auteur: Lineke Tak.

Achtergrond                                                            

Veel chronische pijnsyndromen, zoals prikkelbare darm syndroom, fibromyalgie en temporomandibulaire disfunctie, komen vaker voor bij vrouwen. Ook geven vrouwelijke patiënten vaak aan dat ze een samenhang ervaren met hun menstruatiecyclus, pilgebruik of andere mogelijke hormonale factoren. Auteurs van onderstaande studie hebben daarom de hypothese onderzocht dat ovariumhormonen een rol spelen in het ervaren van chronische pijn. Hiervoor vonden ze 50 studies die de rol van ovariumhormonen onderzochten bij patiënten met verschillende chronische pijnsyndromen.

Hoe werkt de menstruatiecyclus?                                                    

De menstruatiecyclus staat onder controle van de hypothalamus-hypofyse-ovarium as. De belangrijkste hormonen zijn gonadotroop releasing hormoon (GnRH), luteïniserend hormoon (LH), follikelstimulerend hormoon (FSH), oestrogeen en progestageen. De niveaus van deze hormonen fluctueren over de gemiddeld 28 dagen van een menstruatiecyclus (zie figuur).

Bepaling van gehalte ovariumhormonen  

Het optreden van een menstruatie is makkelijk observeerbaar. Daarom wordt deze in onderzoek vaak als proxy gebruikt voor de ovariële cyclus, in plaats van directe meting van hormoongehaltes in het bloed. Echter, dit is niet geheel betrouwbaar, want er zijn veel verschillen tussen vrouwen in cyclusduur onderling. Ook binnen één vrouw kan de menstruatiecyclus per keer variëren. Daarnaast fluctueren hormoongehaltes ook nog van moment tot moment per cyclus. Hoewel er dus een uitspraak mogelijk is over het gemiddelde hormoongehalte tijdens een fase,  worden precieze fluctuaties niet gemeten als de menstruatiecyclus als proxy wordt gebruikt.

Relatie tussen ovariumhormonen en pijnervaring                      

Het mechanisme hoe ovariumhormonen pijn zouden kunnen moduleren is nog niet definitief opgehelderd. Van oestrogenen is bekend dat ze een rol spelen bij transmissie en perceptie van pijnsignalen op zenuw-, ruggenmerg- en hersenniveau. Ovariumhormonen beïnvloeden mogelijk pijnperceptie door hun invloed op neurotransmitters zoals setorotonine, dopamine, endorfine en GABA. De interactie tussen oestrogenen en GABA wordt als één van de belangrijkste interacties in pijnmodulatie gezien.

Resultaten bij somatisch onvoldoende verklaarde pijnsyndromen  

Auteurs hebben de resultaten van 50 studies naast elkaar gelegd. Er waren veel verschillen in gebruikte methodologie, waardoor vergelijking tussen studies lastig was. Slechts vier studies blindeerden de deelnemers wat betreft hun hypothese dat de menstruatiecyclus invloed heeft op hun pijnklachten. Pijnbeleving is een multifactoriëel subjectief proces en wordt veelal gemeten via vragenlijsten. Omdat er bij vrouwen vaak sterke ideeën heersen over de invloed van hun menstruatiecyclus op hun lichamelijk en psychisch welbevinden, is dit een belangrijke beperkende factor. Mogelijk is de uitkomst van veel studies hierdoor beïnvloed. Ook controleerde géén van de studies voor co-morbiditeit van andere pijnsyndromen, terwijl deze vaak samen voorkomen.

Samenvattend zeggen auteurs dat, hoewel er inconsistenties zijn, de gevonden studies aanwijzingen vonden dat pijnsymptomen bij fibromyalgia en temporomandibulaire disfunctie het meest aanwezig zijn als het oestrogeengehalte laag is. Hoewel er bij prikkelbare darm syndroom ook conflicterende resultaten waren, waren de buikklachten meestal het hevigst in de perimenstruele fase, als het oestrogeengehalte laag is.

Auteurs concluderen dat er een groeiende consensus is dat ovariumhormonen een rol spelen bij pijnsyndromen, met name een laag oestrogeengehalte lijkt een rol te spelen in toename van pijnklachten. Echter, het blijft de vraag of het gaat om absolute hormoongehaltes of om fluctuaties in hormoongehaltes die de ernst van de pijnsensatie en -ervaring beïnvloeden. Ook is het nog niet duidelijk of het vooral gaat om een interactie tussen verschillende hormonen, bijvoorbeeld tussen oestrogenen en progestagenen. Ze vermoeden dat deze onduidelijkheid eraan bijdraagt dat hormonale effecten nog niet vertaald zijn naar de klinische praktijk.

Conclusie                                                                                                 

Op basis van deze overzichtsstudie lijkt het geen ‘fabel’ dat de menstruatiecyclus (en daarmee samenhangende ovariumhormonen, met name een laag oestrogeengehalte) invloed heeft op de ernst van de klachten bij chronische pijnsyndromen. Echter, hoe deze invloed precies werkt en of deze voor de meeste vrouwen en bij de meeste syndromen hetzelfde werkt, is nog niet opgehelderd. Auteurs raden aan bij toekomstige studies, naast betere methodologie, ook mogelijk beïnvloedende factoren als stemming en biopsychociale stressoren te meten.

Hassan S, Muere A, Einstein G. Ovarian hormones and chronic pain: A comprehensive review. Pain. 2014 Aug 27.


Meer van deze auteur:

Gerelateerde artikelen

Terug naar boven