Effect bezorgdheid partner en relatietevredenheid op het behandelresultaat bij patiënten met het CVS

Effect bezorgdheid partner en relatietevredenheid op het behandelresultaat bij patiënten met het CVS

6 reacties

Gastauteur: Valère Wittevrongel.

Cognitieve gedragstherapie (CGT) leidt bij een deel van patiënten met het chronischevermoeidheidsyndroom (CVS) tot significante afname van symptomen en beperkingen. Er zijn verschillende modellen ontwikkeld om het niet verminderen van de klachten te verklaren, waarbij gedragmatige, psychologische en sociale factoren een rol spelen. Hierbij zijn cognities ten aanzien van de klachten en het omgaan met de vermoeidheidsklachten van de patiënt relevant, echter ook de sociale omgeving en de sociale steun die de patiënt ervaart spelen een rol bij het aanhouden van de klachten.

De huidige studie onderzoekt de invloed van ‘uitingen van bezorgdheid’ van de partners van patiënten met CVS en de ervaren onderlinge tevredenheid van hun relatie op het effect van de CGT. Uiten van bezorgdheid door de partner wordt gedefinieerd als het tonen van bezorgdheid over de fysieke gesteldheid van de patiënt, troosten en afraden om activiteiten te ondernemen.

Onderzoekers analyseerden data van een cohort van 204 patiënten met CVS die behandeld werden met CGT en hun partner. De ernst van de vermoeidheid en de functionele beperkingen werden gemeten bij de patiënt. Bij de partners werden de Family Response Questionaire (FRQ), de Brief Illness Perception Questionaire (Brief IPQ) en de Causal Attribution List (CAL) afgenomen. De FRQ bepaalt de responsen van bezorgdheid; in deze studie werd het cluster van items gebruikt van de subschalen ‘Active Engagement’ en ‘Sympatic/Empathic Responses’ als indicatoren van bezorgde en angstige reacties. De beleving van de ziekte door de partner werd gemeten met de Brief IPQ. Het toekennen van de ziekte aan fysieke of psychologische oorzaken werd gemeten met de CAL. Bij zowel de patiënt als de partner werd de Maudsley Martial Questionaire (MMQ) afgenomen om de tevredenheid met de relatie te meten. Er werd gecorrigeerd voor de ernst van de CVS, omdat het te verwachten is dat dit zowel invloed heeft op het behandelresultaat als de mate van bezorgdheid bij de partner.

Na afloop van de CGT was er bij ongeveer de helft van de patiënten met CVS sprake van een klinisch significante afname van de moeheid en bij twee derde een afname van functionele beperkingen. Een hogere mate van uitingen van bezorgdheid van de partner was een voorspeller voor klinisch significant minder verbetering van de vermoeidheidsklachten en functionele beperkingen. Daarnaast bleek dat een lagere tevredenheid van de patiënt over de partnerrelatie gerelateerd was aan minder verbetering in vermoeidheidsklachten. Ontevredenheid over de relatie was niet van invloed op functionele beperkingen. De mate waarin de ziekte door de partner als ernstig werd beleefd was statistisch significant gerelateerd aan de uitingen van bezorgdheid.

Op basis van deze studie blijkt het gedrag van de partner een voorspeller te zijn voor klinisch significante verbetering van zowel vermoeidheidsklachten als functionele beperkingen bij patiënten met CVS. Onderzoekers adviseren dit aspect te belichten in behandeling met CGT.

Een aantal opmerkingen ten aanzien van het onderzoek zijn op zijn plaats. De Brief IPQ die gebruikt is voor de partners is een aanpassing van de vragenlijst die bedoeld is voor patiënten. De construct validiteit van deze vragenlijst is daarom niet goed bekend. Daarnaast hebben een aantal partners de vragenlijst thuis ingevuld, waardoor de invloed van de patiënt op de antwoorden onduidelijk is. Ook van andere leefomstandigheden die de interactie tussen de partners kunnen beïnvloeden, zoals de aanwezigheid van kinderen, is buiten beschouwing gelaten. Ondanks dat er nog weinig bekend is over de invloed van chronische vermoeidheid op seksueel gedrag kan dit wel van invloed zijn op de relatie; de tevredenheid over de seksuele relatie is in deze studie niet gemeten.

Vervolgonderzoek dient zich te richten op welke aspecten van het gedrag van de partner verantwoordelijk zijn voor het afnemen van de kans op afname van vermoeidheid en functionele beperkingen. Daarnaast dient duidelijk te worden welke factoren bepalend zijn voor de ontevredenheid van de partnerrelatie. Ook beperkt het sociale netwerk van de patiënt zich niet tot de partner, maar hierin spelen familie, collega’s, vrienden en werkers in de gezondheidszorg een rol die van invloed kan zijn op het resultaat van een behandeling met CGT.

Valère Wittevrongel is trainer/bewegingswetenschapper en onderzoeker bij Winnock.

Verspaandonk J, Coenders M, Blijenberg G, Lobbestael J, Knoop H, The role of the partner and relationship satisfaction on treatment outcome in patients with chronic fatique syndrome. Psychological Medicine. 2015. Aug;45(11):2345-52.


Meer van deze auteur:

Gerelateerde artikelen

6 reacties

  1. Lou Corsius  - 8 september 2015 - 3:07 pm

    vragen bij de wijze van onderzoeken en bij de bevindingen.

    De titel van dit artikel luidt Het effect van de bezorgdheid van de partner en relatietevredenheid op het behandelresultaat van patiënten met het CVS.
    Het onderzoek richtte zich op de voorspellende waarde van bezorgdheid van de partner en de relatietevredenheid op het resultaat van de cgt behandeling.
    Er zijn verschillende modellen ontwikkeld om het niet verminderen van de klachten te verklaren, waarbij gedragsmatige, psychologische en sociale factoren een rol spelen.

    Het bovenstaande roept een aantal vragen en opmerkingen op:
    1. Wat verstaat u onder het CVS? Welke criteria hebt u gebruikt voor het vaststellen van CVS.
    2. Wat waren de inclusiecriteria voor het onderzoek? Met andere woorden welke mensen vormden de onderzoeksgroep met welke klachten?
    3. Het woord effect suggereert een causaal verband tussen bezorgdheid en relatietevredenheid enerzijds en het behandelresultaat anderzijds. Met welke zekerheid is dat causaal verband vastgesteld?
    4. Welke confounders zijn denkbaar die de uitkomst van uw onderzoek beïnvloeden? Specifiek valt hierbij te denken aan de oorzaak van de klachten. Hebt u naast gedragsmatige, psychologische en sociale factoren ook rekening gehouden met een mogelijke fysieke oorzaak van de klachten? In dat geval is er een wezenlijk ander verband tussen de bezorgdheid en het resultaat van de behandeling.
    5. Is er nader onderzoek gedaan onder de patiënten die geen vermindering van klachten hadden? Zijn er binnen deze groep overeenkomsten te vinden? Onderscheidt deze groep zich op andere factoren van de groep bij wie de behandeling wel resultaat heeft opgeleverd?
    In het verlengde van dit laatste punt roep ik onderzoekers op om nader onderzoek te doen bij de populatie die geen baat heeft bij een bepaalde behandeling. Juist het onderzoek naar dit aspect leidt tot nieuwe inzichten.

  2. Lou Corsius  - 9 september 2015 - 5:36 pm

    Hoe kan het zijn dat mijn reactie niet zichtbaar is?

    • Lineke  - 13 september 2015 - 2:35 pm

      Beste Lou,

      De reacties worden eens in de zoveel tijd gescreend en dan pas toegelaten (omdat er anders ontzettend veel spam reacties worden geplaatst).
      Inmiddels zijn uw reacties geplaatst op SOLK.nl

      Met vriendelijke groet,
      Lineke Tak
      SOLK.nl

  3. J.  - 28 september 2015 - 4:30 pm

    Kennelijk is mijn reactie niet door het spamfilter gekomen. Daarom nogmaals:
    Punt 4 en 5 zijn uiteraard het zwakke punt van al dit soort onderzoeken. Er wordt verondersteld dat als er geen organische oorzaak is gevonden deze er ook niet.
    Er zijn echt ontzettend veel aandoeningen bekend waarvan men verondersteld dat ze een beetje tot zeer zwaar ondergediagnosticeerd zijn. Voorbeeld: van alle mensen die coeliakie heeft naar schatting 85% geen diagnose. Al die mensen met klachten hebben dus geen adequaat onderzoek gehad, want anders hadden ze wel een diagnose gehad. Van de mensen die wel een diagnose heeft, heeft een zeer groot deel in het verleden een SOLK achtige diagnose gehad of er is in elk geval is door artsen gesuggereerd het in die hoek te zoeken. (vooral bij vrouwen overigens, zou dat misschien een logische verklaring zijn voor het feit dat zo veel meer vrouwen een SOLK achtige diagnoses hebben? En vrouwen zijn trouwens ook ruim in de meerderheid bij veel ondergediagnosticeerde auto-immuunaandoeningen).
    Om even een concreet voorbeeldje te geven bij de zeer keurige wetenschappelijk kritiek op het onderzoeksdesign:
    Een man kent zijn vrouw als een meestal vrolijke en evenwichtige vrouw, leuke baan, leuke vriendinnen, kinderen gaan goed, geen vuiltje aan de lucht. En dan wordt ze ziek, zodanig dat ze totaal niet meer kan functioneren. Is het nou echt heel gek als die man gek van bezorgdheid is en niet inziet hoe de oorzaak ‘verkeerde interpretatie van onschuldige lichamelijke sensaties’ is. Of dat het hier puur om ‘ziekgedrag’ of zelfs ‘ziektewinst’ gaat? (waar is de winst precies bij het verlies van een leuk en gezond leven?) Zou het misschien mogelijk zijn dat de vrouw in kwestie tot de grote groep mensen met een ondergediagnosticeerde ziekte behoort? En dat de man zich dus terecht zorgen maakt? En dat de vrouw niet herstelt omdat bijv. mediatietechnieken leren weliswaar bij organische aandoeningen ook symptoom verlichting brengen maar er toch echt niet van genezen?

  4. Valère Wittevrongel  - 15 oktober 2015 - 1:02 pm

    Beste Lou Corsius,

    De onderzoekers hebben CVS gedefinieerd volgens de criteria van de US Centers of Desease Control and Prevention, dezer definitie is u waarschijnlijk bekend. Het gaat om ernstige vermoeidheid, die ze hebben gemeten met de vermoeidheidsschaal van de Checklist Individuele Spankracht (CIS) waarbij als inclusiecriterium is gebruikt een waarde ≥ 35 (ernstige vermoeidheid) die ernstige beperkingen veroorzaakt, gemeten met de Sickness Impact Profile (waarde ≥ 700, ernstig beperkt). Wel is het zo dat de deelnemers in staat zijn om het Chronisch Vermoeidheidscentrum van de Radboud Universiteit te bezoeken en deel kunnen nemen aan de interventie (12-14 sessies in een periode van 6 tot 8 maanden).
    De onderzoekers geven aan dat er geen verschil is gevonden in uitkomst als de klachten gerelateerd worden aan psychische oorzaken of aan fysieke oorzaken.
    Uiteraard zijn er meerdere factoren die een rol spelen in het resultaat van de behandeling van CVS. CVS is een complexe aandoening; er zijn nog veel vragen over de ontstaansgeschiedenis, het verloop en factoren die de ziekte in gunstige zin kunnen beïnvloeding. Gelukkig zijn er onderzoekers die pogen deze complexe aandoening te ontrafelen.

    Met vriendelijke groet,

    Valère Wittevrongel

  5. Lou Corsius  - 5 januari 2016 - 8:40 pm

    Medisch en politiek Nederland beschouwen ME nog steeds als een psychosomatische ziekte die te verhelpen is met gedragstherapie en een opbouwende fysieke training.

    In de Verenigde Staten heeft het IOM, vrij vertaald de Gezondheidsraad van de VS, in maart 2015 het volgende vastgesteld:
    ME/CFS is a serious, chronic, complex, systemic disease that often can profoundly affect the lives of ME/CFS patients (…..) Many health care providers are skeptical about the seriousness of ME/CFS, mistake it for a mental health condition, or consider it a figment of the patient’s imagination. Misconceptions or dismissive attitudes on the part of health care providers make the path to diagnosis long and frustrating for many patients. The committee stresses that health care providers should acknowledge ME/CFS as a serious illness that requires timely diagnosis and appropriate care.

    In Engeland blijkt het toonaangevende PACE onderzoek ernstig gecorrumpeerd. Het onderzoek vertoont vele mankementen en de onderzoekers weigeren in hun wetenschappelijke keuken te laten kijken.
    Internationale wetenschappers en de voormalig hoofdredacteur van het British Medical Journal dringen erop aan inzicht in de onderzoeksdata te geven. Een opdracht van de officiële overheidsinstantie (ICO) om de gegevens aan te leveren leggen de onderzoekers naast zich neer. Het wordt een beschamende vertoning. Wie vertrouwt de uitkomsten nog?

    De Nederlandse richtlijn is op het Engelse PACE onderzoek en de daaruit voortkomende NICE guideline gebaseerd en berust daarmee dus op wetenschappelijk drijfzand.

    In Noorwegen wordt sinds 2011 onderzoek gedaan naar de toepassing van Rituximab, een middel dat ook wordt toegepast bij kanker en reuma, en dat werkt op het immuunsysteem. De Noorse regering heeft excuses aangeboden voor de jarenlange misvatting t.a.v. ME. Niet bepaald een psychosomatisch beeld dus.

    En Nederland? Nederland volhardt in de toepassing van de intussen volledig achterhaalde en niet langer gefundeerde richtlijn.

    Hoelang gaan medici en politici nog door met deze heilloze aanpak?

Plaats een reactie

Terug naar boven