Interventies met gebalanceerde lichaamsbeweging in de behandeling van het chronischevermoeidheidssyndroom

Interventies met gebalanceerde lichaamsbeweging in de behandeling van het chronischevermoeidheidssyndroom

Geen reacties

Gastauteur: Eva Kingma.

Chronischevermoeidheidssyndroom (CVS) De aandoening CVS wordt gekenmerkt door een langer dan zes maanden durende ernstige vermoeidheid, die niet aanzienlijk verbetert door rust en leidt tot een significante beperking in het functioneren. Hierbij moeten er ook bijkomende symptomen zijn, zoals spier- of gewrichtspijn, slaapproblemen, verminderde concentratie en hoofdpijn. Behandelingen die effectief zijn gebleken in het verminderen van vermoeidheid en verbeteren van functioneren bij patiënten met CVS zijn cognitieve gedragstherapie (CGT) en Graded Exercise Therapy.

Graded exercise therapy (GET) Verschillende studies onderstrepen dat een gebrek aan lichamelijke inspanning of langdurig verminderde inspanning kan leiden tot fysieke deconditionering en tot andere lichamelijke en psychische gevolgen die vermoeidheid in stand kunnen houden. Echter, te veel of te zware lichamelijke inspanning kan juist weer moeheid uitlokken. Dit zou bij patiënten met CVS kunnen leiden tot angst voor lichamelijke inspanning en een vicieuze cirkel. Lichamelijke inspanning als therapie zou daarom gebalanceerd en met voorzichtigheid moeten worden aangeboden aan patiënten met CVS. GET is een therapie die wordt aangepast aan het initiële niveau van lichamelijke capaciteit. Het heeft als uitgangspunt dat lichamelijke inspanning begint op een niveau dat de klachten niet verergerd bij een individuele patiënt en vervolgens langzaam wordt opgebouwd tot een optimaal inspanningsniveau. Een Cochrane review en een recente meta-analyse rapporteren de positieve effecten van GET op ernst van moeheid en functionele beperkingen in patiënten met CVS. Als gevolg hiervan hebben een groot aantal trials naar effecten van CGT op het CVS ook een zogenaamde ‘gebalanceerde lichaamsbeweging’ component toegevoegd.

Interventies met gebalanceerde lichaamsbeweging In een recent artikel in het blad Clinical Psychology Review beschrijven Marques en collega’s een ge-update systematische review en meta-analyse over de toegevoegde waarde van een gebalanceerde lichaamsbeweging component bij interventies voor CVS. Hun doel was om vast te stellen wat het effect is van gedrags- en/of psychologische interventies (zoals CGT, GET, pragmatische revalidatie) met een gebalanceerde lichaamsbeweging component op ernst van moeheid, fysiek functioneren, lichamelijke activiteit en capaciteit, alsook op mentale klachten. Daarnaast werd er naar allerlei factoren gekeken die dat effect konden modereren. Voor deze meta-analyse werden alleen randomized controlled trials (RCT’s) geïncludeerd, gericht op het behandelen van CVS bij patiënten van 18 jaar of ouder.

Een systematische zoekstrategie resulteerde in de inclusie van 26 studies die in totaal 16 trials beschreven. Hierin zijn in totaal 2004 participanten geïncludeerd (met een gemiddelde leeftijd van 39 jaar en waarvan ongeveer 75% vrouw). In zes trials kreeg de interventiegroep GET. Er was veel variatie wat betreft format van GET tussen de studies. In twee trials werd gebruik gemaakt van pragmatische revalidatie; een educatieve behandeling gericht op lichamelijke inspanning en een uitlegmodel dat ook de fysieke deconditionering bevat. In acht trials kreeg de interventiegroep CGT met een ‘graded physical activity’ component. Interventies in de controle groep varieerden van meer passief (zoals ‘care as usual’ of wachtlijst) of meer actief (zoals relaxatie therapie).

Uit deze meta-analyse en systematische review komt naar voren dat gedrags- en psychologische interventies gericht op gebalanceerde lichaamsbeweging een positief effect hebben op de behandeling van het CVS met een kleine tot medium effectgrootte.

Modererende factoren op effectiviteit Behandeleffecten verschilden erg tussen de studies, en enkele kenmerken van de trials modereerden het effect van de interventies op het reduceren van de ernst van moeheid, waaronder: 1. Interventies die plaatsvonden in de tweede- en derde lijn waren effectiever. Echter, maar drie studies vonden plaats in de eerste lijn, die ook weer erg van elkaar verschilden. 2. Interventies door psychologen en psychotherapeuten waren effectiever. Hiervoor hadden de auteurs meerdere verklaringen, zoals dat deze therapeuten mogelijk meer ervaren waren en dat dit vaker tweedelijns behandelingen betrof. 3. Minimale contact interventies (maximaal drie face-to-face contacten en een zelfhulp handleiding) waren effectiever. Dit komt mogelijk doordat deze interventies flexibeler zijn richting de patiënt en er daardoor meer rekening wordt gehouden met wat de patiënt zelf aan kan. In een tijd van e-health is dit een interessante bevinding.

Limitaties en conclusie Het betreft een zeer zorgvuldige meta-analyse, hoewel er ook limitaties zijn te noemen: er was veel heterogeniteit tussen de studies wat het vergelijken ervan kan bemoeilijken; er zijn aanwijzingen voor publicatie-bias; en veelbelovende multidisciplinaire revalidatiestudies konden niet worden geïncludeerd omdat het geen RCT’s betroffen.

Auteurs concluderen dat gedragsmatige- en cognitieve interventies gericht op gebalanceerde, graduele opbouw van fysieke activiteit een gunstig effect hebben in de behandeling van het CVS, met name wat betreft ernst van de moeheid. Dit sluit aan bij eerdere reviews over dit onderwerp. Nieuw is dat deze review ook aanwijzingen geeft dat het mogelijk van belang is waar (tweede lijn?), door wie (psychologen/psychotherapeuten?) en hoe (zelfhulp?) deze behandeling gegeven wordt. Idealiter zou dit in toekomstige RCT’s verder onderzocht moeten worden.

Eva Kingma is in opleiding tot neuroloog bij het UMCG en is in 2013 gepromoveerd op het proefschrift ‘Intelligence and functional somatic symptoms and syndromes’ aan de RUG.

Marques MM, De Gucht V, Gouveia MJ, Leal I, Maes S. Differential effects of behavioral interventions with a graded physical activity component in patients suffering from Chronic Fatigue (Syndrome): An updated systematic review and meta-analysis. Clinical Psychology Review 40 (2015) 123-137.


Meer van deze auteur:

Gerelateerde artikelen

Plaats een reactie

Terug naar boven