Terugverwijsbrieven van medisch specialisten aan huisartsen: noodzaak voor verbetering

Terugverwijsbrieven van medisch specialisten aan huisartsen: noodzaak voor verbetering

Geen reacties

Gastauteur: Evelien Peeters.

Uit meerdere studies blijkt dat patiënten met somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) zich vaak slecht gehoord voelen en denken dat meer onderzoek wél tot een diagnose zal leiden. Samenwerking tussen de huisarts en medisch specialist, het afstemmen van verklaringsmodellen en afspraken maken ten aanzien van terugverwijzing en verdere begeleiding lijken hierbij essentieel. Na het consult bij de specialist, wat vaak uit maximaal drie contacten bestaat, zou de patiënt verder begeleid moeten worden door de huisarts waarbij herhaling en verdieping van de informatie plaatsvindt. Het adequaat overdragen van de eerder gegeven informatie is daarvoor cruciaal. Uit eerder onderzoek blijkt dat veel verwijsbrieven geen duidelijke vraagstelling bevatten en dat terugverwijsbrieven geen antwoord op deze vraag geven of dat de beschrijving van informatie die aan de patiënt is gegeven ontbreekt.

Binnen het eerder besproken onderzoek naar de impact van een communicatietraining rondom SOLK werd door de groep van Anne Weiland (ErasmusMC) eveneens gekeken naar de impact van de training op de inhoud van de terugverwijsbrieven van de medisch specialist naar huisarts.

Voorafgaand aan randomisatie en na de training includeerden de artsen tweemaal maximaal drie patiënten met SOLK. Hiervan werden achteraf door het onderzoeksteam de terugverwijsbrieven verzameld en geblindeerd gescoord op punten die in de ‘multidisciplinaire richtlijn SOLK en somatoforme stoornissen’ als relevant werden aangemerkt. Dit betrof (1) antwoord geven op de verwijsvraag; (2) antwoord geven op de hulpvraag van de patiënt; (3) terugkoppelen van testuitslagen; (4) hoe er met de patiënt over SOLK gesproken werd; (5) hoe de klacht in dat licht uitgelegd werd en welke instandhoudende factoren daarin werden meegenomen; en (6) welk advies uiteindelijk gegeven werd. In de training werd 2,5 uur besteed aan hoe een terugverwijsbrief van specialist naar huisarts er uit zou kunnen zien, er werd geoefend met schrijven, brieven van anderen werden bekeken en er werd gewezen op de eerder genoemde richtlijn.

Van de 285 geïncludeerde patiënten ontbraken 193 brieven om meerdere redenen. Uiteindelijk werden 24 brieven door meerdere onderzoekers gescoord. Dit gebeurde dichotoom op de eerder genoemde zes punten, waarbij de interventie en de tijd tussen inclusie en training als onafhankelijke variabelen werden meegenomen. Bij onduidelijkheden werd de mening van de huisarts-onderzoeker als gouden standaard genomen. Het merendeel van de terugverwijsbrieven bevatte 50% van de punten, waarbij vooral somatische bevindingen en testuitslagen vrijwel altijd aanwezig waren. Slechts 7% bevatte alle punten. Getrainde medisch specialisten verwoordden in hun brieven vaker concreet de hulpvraag van de patiënt (61% versus 37%, OR=2,55, p=0,01) en gaven antwoord op de hulpvraag (63% versus 33%, OR=3,31, p=0,02) dan medisch specialisten in de controle groep. De overige items verbeterden niet door de training.

Als discussiepunt wordt genoemd dat er niet gecorrigeerd werd voor verwijsbrieven van de huisarts zonder vraag. Ook het uiteindelijke aantal geïncludeerde brieven per arts kan leiden tot een beeld meer gestoeld op toeval, aangezien de praktijk leert dat het schrijven van brieven sterk afhankelijk kan zijn van de specifieke casus en de beschikbare tijd. Hierbij is het ook opmerkelijk hoeveel brieven ontbraken.

Al met al lijkt er, in het licht van het onderzoeken tot nu toe, ruimte voor verbetering van de overdracht van huisarts naar specialist en vice versa. Of de beschreven communicatietraining dit bewerkstelligt blijft de vraag. Vervolgonderzoek, maar vooral meer aandacht voor de inhoud van verwijs- en terugverwijsbrieven binnen de specialistenopleidingen, is nodig om onnodige verwijzingen, onderzoek en vertraging in adequate begeleiding van patiënten met SOLK te verminderen.

Evelien Peeters is arts-assistent in opleiding tot internist aan het UMCU, Utrecht.

Weiland e.a. Training specialists to write appropriate reply letters to general practitioners about patients with medically unexplained physical symptoms; A cluster-randomized trial. Patient Education and Counseling 98 (2015) 1229–1235.


Meer van deze auteur:

Gerelateerde artikelen

Plaats een reactie

Terug naar boven